0. Inleiding

1. Feesten

2. Herfst

2.1. Sint MichaŽl

2.2. Sint Maarten

2.3. Advent

2.4. Wichtelmannetje

2.5. Sint Nicolaas

2.6. Sint Lucia

3. Winter

3.1 Kerstmis

3.2 Oud en Nieuw

3.3 Driekoningen

3.4 Maria lichtmis

3.5 Valentijn

3.6 Carnaval

4. Lente

4.1 Palmpasen

4.2 Stille week

4.3 Goede Vrijdag

4.4 Paaszaterdag

4.5 Pasen

4.6 Hemelvaart

4.7 Pinksteren

5. Zomer

5.1. Sint Jan

6. De spelen

6.1. Sint Joris spel

6.2. Sint Maarten spel

6.3. Paradijsspel

6.4. Kerstspel

6.5. Driekoningenspel

 

0. Inleiding

Terug naar boven

Op de vrijeschool spelen jaarfeesten een grote rol. Leerlingen, ouders en leerkrachten organiseren vieringen die samenhangen met seizoenen, natuur en cultuur. De feesten zijn bedoeld om de leerlingen te verbinden met hun omgeving. Letterlijk, door de lente te vieren bij de meiboomdansen, rond Pinksteren, bijvoorbeeld. Figuurlijk door bijvoorbeeld op het Michaëlsfeest de oogst binnen te halen, om zo kracht op te doen voor de donkere, koude winter.
Naast de verbinding van leerlingen met hun omgeving, hun cultuur, verbinden de feesten ook ouders en school. Het is een mogelijkheid voor organiseren, ontmoeten en beleven. Voorafgaand aan de feesten worden er regelmatig lezingen gegeven, zijn er verhalen in de periodieken van de school en komen ouders samen om de feesten te helpen organiseren.

Rudolf Steiner in Awaking to community, lecture 1, Stuttgart, 23 januari 1923: “Antroposofische ideeën zijn voertuigen gemaakt door liefde en het wezen van de mens wordt spiritueel opgeroepen door de spirituele wereld om deel te nemen in hun inhoud. Antroposofie moet het licht van werkelijk menszijn doen schijnen in gedachten die door liefde gekenmerkt zijn. Kennis is slechts de vorm waarin de mens de mogelijkheid weerkaatst van in zijn hart het licht van de wereldgeest die gekomen is om hier te leven en vanuit dat hart de menselijk gedachte verlicht.” “Woorden die antroposofische waarheden omschrijven zijn niet zoals andere woorden die elders in deze tijd gesproken worden. Juist begrepen zijn deze woorden toegewijde verlangens dat de geest zichzelf kenbaar maakt aan de mensen.”
Geen wonder dat bij ouders met kinderen op vrije scholen nogal eens vragen leven over achtergrond van de vrije school, de vakken, de feesten en activiteiten. Voor een aantal ouders met kinderen op Vrije School De Kleine Prins in Doetinchem was dat niet anders. In 2003 hebben ouders het initiatief genomen om te komen tot een bundeling van de achtergrondinformatie.
Het bundelen van achtergrondinformatie, symboliek, informatie over de ontwikkeling van kinderen, activiteiten, spreuken en liedjes moest leiden tot een geordend, makkelijk leesbaar geheel voor mensen met belangstelling voor de vrije opvoedkunst en de vrije school in het bijzonder. In november 2003 is daarom het project ‘Kind op de Vrije School’ gestart.
Uiteindelijk leverde het project het boek op dat nu voor ligt. Niet dat met dit boek een waarheid wordt verkondigd. In tegendeel, het boek is niet meer dan een verslag van dat wat de samenstellers met hun huidige kennis en inzichten hebben waargenomen en van belang achtte.

1. Feesten

Terug naar boven

De aandacht voor bijzondere gelegenheden is een wezenlijk onderdeel van de vrije opvoedkunst. Niet alleen de rituelen maar ook het verhaal - de achtergrond – de betekenis en de relatie van het heden zijn belangrijke elementen in een opvoeding. Voor ouders die langs de zijlijn van de vrije school staan zijn de feesten ‘in het oog springende gebeurtenissen’. Een citaat gehoord op het schoolplein: ‘Soms lijkt het wel of het onderwijs op de vrije school bij elkaar wordt gehouden door de feesten’. Niets is minder waar. De feesten zijn hoogtepunten die worden gebruikt om de ontwikkeling van de kinderen te simuleren. Ook zijn ze belangrijk moment – een mijlpaal – in een periode.
Dit hoofdstuk behandelt de feesten in de volgorde van het schooljaar. Per feest worden de volgende onderwerpen nader toegelicht:
· De achtergronden en symboliek van een feest.
· De ontwikkeling van het kind bij het feest en de relatie tussen feesten en de ontwikkeling
· De seizoentafel en de relatie tussen feest en de seizoentafel
· De activiteiten en de relatie tussen feest en de activiteiten
· Het nut en doel en de relatie tussen feesten en het nut en doel

2. Herfst

Terug naar boven

Op 21 september begint de herfst.
2.0.1. Achtergrond en symboliek
In deze tijd kan de mens helder en duidelijk de wisseling van de seizoenen met eigen ogen waarnemen. De zomer maakt plaats voor de nazomer. De kracht van de zon neemt af en de sterren en de maan worden sterker in hun kracht. De bomen worden kaal, de vlinders en de kevers zijn verdwenen. Veel dieren beginnen aan hun winterslaap. De natuur die in het voorjaar en in de zomer haar krachten met ons deelde schijnt te gaan sterven. De mens is in deze periode sterk aangewezen op zichzelf. Voor de mens is het belangrijk dat zijn geest actief moet worden, hij heeft zielemoed nodig.
2.0.2. De seizoenstafel
De herfst is een periode waarin er veel materiaal voorhanden is. Voorbeelden zijn: vruchten, zaden, eikeltjes, gevleugelde esdoornnootjes, kastanjes, beukennootjes, gedroogde bladeren en oogstproducten van de herfst, pompoenen en kaardebollen.

Herfsttafel
De Kleuren
De kleuren veranderen van het oranjerood en grasgroen van de zomer naar zachte rood-paarse en groenbruine tinten en de verschillende tinten oranje en goudgeel.
Moeder Aarde maakt nu een begin met het naar binnen roepen van haar bloemen- en wortelkinderen.

2.1. Sint MichaŽl

Terug naar boven

Op 29 september wordt het feest van Sint MichaŽl gevierd. Dit feest is het eerste feest dat - samen met Sint Maarten en Sint Nicolaas –voor de kinderen bijdraagt aan de voorbereiding op het kerstfeest.

De draak
2.1.1. Achtergrond en symboliek
De seizoenswisseling van de zomer naar de herfst begint langzaam zichtbaar te worden. Vanaf de vierde eeuw na Christus wordt dit feest gevierd. Het feest wordt begeleidt door de aartsengel MichaŽl. Het feest van Michaël is een van de oudste feesten uit de christelijke cultuur.
MichaŽl wordt gezien als brenger van de zonnekracht. Hij zorgt voor sterke gewassen en voor een goede oogst. Voor de mens is hij de helpende hand in strenge winters. MichaŽl geeft kracht om door de winter te komen.
In de openbaring van Johannes (de Apocalypse) wordt verteld dat er een strijd in de hemel plaatsvond. Er wordt gesproken over een vuurrode draak met 7 koppen, 10 horens en op elke kop een diadeem. In dat diadeem staat: "Toen brak er in de hemel oorlog uit". MichaŽl en zijn engelen moesten strijden tegen de draak. De draak streed en wordt uiteindelijk neergeworpen op de aarde, waar hij als vijand van de mensen optreedt en als verleider. De draak, de oude slang wordt ook de duivel of satan genoemd.
Hiermee overwon de aartsengel MichaŽl de machten van de duisternis. Deze feesttijd is een oproep aan de mensen deze machten te herkennen en een halt toe te roepen.
De legende van Joris (de verpersoonlijking van de aartsengel) en de draak (de duistere macht) is een oproep om het kwaad te herkennen en een halt toe te roepen. Joris laat zien dat je het duistere tegemoet kunt treden. Hij redt de prinses (de zuivere mens) uit de klauwen van de draak.
De draak staat voor het slechte in de wereld , maar ook voor het slechte in onszelf. MichaŽl geeft ons de moed het slechte in onszelf te overwinnen en een evenwichtig mens te worden die doelbewust kan kiezen en grenzen kan verleggen.
Naast Joris en draak is ook de weegschaal een belangrijk symbool. De weegschaal symboliseert MichaŽl als brenger van evenwicht tussen licht en donker, tussen zomer en winter, tussen goed en kwaad, tussen hemel en aarde. MichaŽl wordt daarom ook vaak afgebeeld met een weegschaal.
Ook zijn er afbeeldingen van MichaŽl waarbij hij met zijn zwaard het licht overdraagt aan Sint Maarten. Sint Maarten ontvangt dan het licht en verlicht zo de weg naar Kerst. Hiermee wordt extra nadrukt gelegd op het verschil van licht en donker en de behoefte aan (innerlijk) licht op de weg naar Kerst.
2.1.2. Ontwikkeling van het kind
Mensen die een ontwikkelingsproces aangaan krijgen steun van MichaŽl. Na het genieten van de zomerzon moeten we ook kunnen afdalen naar de winterkou. Hoe intensiever we van het voorjaar en de zomer hebben genoten van het bloeiende leven des te intensiever we het sterven en de dood in het najaar en de winter ervaren. MichaŽl wil ons helpen dat wat zij in anderen zien ook in onszelf zien. Om dat te kunnen zien gebruiken we ons gevoel en ons hart als leidraad op een weg die soms donker, eenzaam of onbekend kan zijn. Dit geldt ook voor onze kinderen die in deze tijd vaak dwars en wispelturig zijn. Zij blijven hangen in de donkere gevoelens van deze periode. De wisseling van het seizoen en de omslag van het weer hebben een duidelijke invloed. Juist deze periode worden kinderen als ‘druk’ ervaren en verwoorden ouders het als : “volgens mij krijgen we storm”.
2.1.3. Seizoentafel
Voor de Sint Michaël-tafel kan een draak worden gemaakt van kastanjes. Hiervoor zijn de stekelige bolsters, die je anders laat liggen, te gebruiken. Verder is gebruik te maken van paddenstoelen (van hout of vilt) en de symbolen van Michaël.
o.a. de symbolen van Michaël: zwaard, paard, weegschaal, vliegers, licht
2.1.4. Activiteiten
Met kinderen kan tijdens Michaël van fruit en groente onder andere soep, moes of bowl worden gemaakt. Door het gebruiken van de weegschaal kunnen kinderen inzicht krijgen in het begrip ‘evenwicht’.
Met de peuters en kleuters wordt dit feest vooral gevierd als oogstfeest. Het oogsten ligt dicht bij de natuur. Dus dicht bij de belevingswereld van de peuter en de kleuter. Met hen kunnen activiteiten worden gedaan als: herfsttekeningen maken, herfstslingers rijgen, vliegers maken,appelmoes maken en luisteren naar herfstverhalen.
Vanaf klas 1 kan met de kinderen bijvoorbeeld een moedspel worden gespeeld. Kinderen kunnen dan als ridder tegen de draak vechten. De draak kan worden gevormd door ouders of vriendjes. Een extra dimensie krijgt het spel als de ridders op de rug van een paard zitten dat hun vertrouwen schenkt (hun vader of moeder).
Het maken van en vliegeren met 'drachen' (vliegers) is ook een activiteit die in deze periode thuis hoort. Door het vliegeren ervaart een kind de kracht van de 'drachen'. Het leert de draak (de kracht buiten zichzelf) in toom te houden
Het drakenbrood
Hier het recept van het drakenbrood plaatsen, inclusief een beschrijving van de relatie met Michaël en verwijzing naar de bron.
2.1.5. Liedjes, versjes en spreuken
Voor peuters en kleuters kan het verhaal van Joris en de draak te moeilijk of te angstig zijn. In dat geval wordt gekozen voor een andere invulling, bijvoorbeeld door de draak te vervangen door een spin. Zoals in het kringspelletje ‘De boze spin’.

2.2. Sint Maarten

Terug naar boven

Op 11 november wordt het feest van Sint Maarten gevierd. Het wordt 40 dagen voor kerstmis gevierd en is het tweede lichtfeest.
Sint Maarten is het tweede feest dat - samen met Sint Michaël en Sint Nicolaas –voor de kinderen bijdraagt aan de voorbereiding op het kerstfeest.
2.2.1. Achtergrond en symboliek
Martinus woonde met zijn ouders in Frankrijk toen dat deel uitmaakt van het Romeinse rijk. De vader van Martinus had een belangrijke functie in het Romeinse leger. Volgens de tradities in die tijd traden zonen in de voetsporen van hun vader. Op 15 jarige leeftijd ging Martinus dienen in het Romeinse leger in Gallië (frankrijk). Hij is 18 jaar als hij, op een koude dag aankomt bij de stadspoort van de stad Amiens. Bij de poort zit een halfnaakte bedelaar. Martinus wil de man iets geven maar heeft geen geld bij zich. Het waardevolste dat hij bezit is zijn krijgsmantel. Een soldaat moest in die tijd zelf zijn paard, uitrusting en mantel betalen. De mantel moest van een goede kwaliteit zijn want hij diende, in de nacht, ook als deken. Om de man toch iets te geven snijd hij zijn krijgsmantel doormidden en geeft een helft aan de bedelaar. In de nacht hierna krijgt hij een droom die voor het reden is om zicht te bekeren tot het christelijk geloof en het Romeinse leger.
Tijdens zijn leven is het stichter van enkele kloosters in Gallië/Frankrijk. Uiteindelijk wordt hij aangesteld als bisschop van Tours. Als bisschop was hij een krachtig bestrijder van het heidendom en ketterij. Doordat hij dit op een vredelievende manier deed was hij zeer geliefd. Hij stond bekend als ‘Milde Maarten’. Hij was ook geliefd om zijn eenvoudige levensstijl. In het jaar 397 overlijdt hij en wordt op 11 november in Tours begraven. Na zijn heiligverklaring is de dag van de begrafenis zijn officiële gedenkdag.
Snel na de dood van Martinus verspreidt de verering voor hem uit over het christelijk gebied, tot ver in Nederland. Het bisdom Utrecht, het oudste bisdom in Nederland, heeft hem zelfs als schutspatroon.
Het bekendste onderdeel van Sint Maarten is de rondgang van kinderen langs de huizen. Vroeger lieden de kinderen met fakkels. Het gebruik van lampions en uitgeholde knol- en wortelgewassen met een kaarsje is veel later ontstaan. Waarschijnlijk deden vroeger ook volwassenen mee aan de rondgang. Er zijn geen bronnen bekend die dit bevestigen.
Wel is bekend dat het vroeger vooral een feest was voor de aren en kinderen. Bij de rondgang haalden de kinderen dan (tamme) kastanjes, appels, noten en mispels op. Deze werden na afloop van de rondgang geroosterd. Verde werd soms door het stadsbestuur een penning of brood gegeven. In Utrecht en ‘Holland’ werd op 10 november de ‘Sinte Martijns Schuddekorfsdag’ gevierd. Op deze dag werd de boordkorf geschud voor bedelaars en armen. Zij kregen dan brood(resten)
Sint Maarten is ook de beschermheilige van de wijnbouwers. Het einde van de druivenoogst valt ongeveer gelijk met 11 november. Tijdens het feest werd dan most gedronken of jonge wijn. Als de jonge wijn al voldoende was gegist. Een versje dat hierna verwijst luidt:
Sint Martijn, Sint Martijn,
’t avond most en morgen wijn.
Bij het feest hoorde ook een goed bereidde sint-maartensgans, immers november is de slachtmaand. De ganzen die het afgelopen jaar waren vetgemest (gepild) zijn in november het vetst. Na november neemt de vetlaag weer af. Vroeger gold heel sterk: hoe vetter des te lekkerder.
Door de boeren en de mensen op het platteland werd Sint Maarten gevierd als een soort nieuwjaarsdag. In de maand november ging het vee op stal en was het meeste werk buitenshuis gebeurt. Een arbeidsintensieve periode werd afgesloten en een periode van relatieve rust brak aan. Met de sint-maartensgans, drank en Sint-Maartensvuren de werd het feest uitbundig gevierd.
2.2.2. Ontwikkeling van het kind
Sint Maarten is het eerste feest van de grote advent. Het is ook het eerste feest dat in het teken staat van het licht, maar ook van elkaar zien en delen. De natuur toont zich op zijn allerruwst, de mens trekt naar binnen in de warme omhulling van het huis en ontsteekt er het vuur en de lichten.
Waarom gaf Maarten niet zijn hele mantel? Wat is dat voor een gift, een halve mantel? Een mantel was een rijk bezit, waar je een half leven mee deed. Kleding werd eindeloos versteld en als je nagaat dat de soldaten hun hele uitrusting inclusief paard zelf van hun soldij moesten betalen, geen vetpot, dan kun je wel nagaan dat die mantel een zeer kostbaar bezit was, die ook nog eens als deken diende.
Maar er schuilt nog een diepere betekenis in het schenken van de halve mantel. Dit feest gaat over delen. Maarten was een verstandig man, hij deelde de mantel, hij hield ook nog wat voor zichzelf. Als bedelaar krijg je een halve mantel, die van buitenaf naar je toe kan komen, de andere helft zul je zelf door eigen innerlijke activiteit moeten laten ontstaan.
Een ander kan jou niet geheel omhullen, je zult er zelf ook aan moeten bijdragen. Dat geldt zelfs voor een baby. Anderzijds moet de schenker niet onverstandig zijn. Het is goed te delen, maar niet zo, dat je zelf bevriest.
Roofbouw op jezelf plegen door je helemaal weg te schenken maakt je uiteindelijk tot een bedelaar. De omhulling die wij iemand schenken moet niet verstikkend zijn, maar de ander in zijn waarde laten en hem/haar innerlijke kracht geven om door te gaan en uiteindelijk zelf weer het heft in handen te nemen.
2.2.3. De seizoentafel
Met Sint Maarten kunnen de uitgeholde en verlichte knollen niet ontbreken. Hiervoor is goed een biet, knol, winterpeen of pastinaak te gebruiken Deze vruchten staan symbool voor de zomer die ons warmte en licht heeft geschonken.
De uitgeholde knol of biet wordt versierd door er een figuur of patroon uit te snijden.

Versierde, uitgeholde en verlichte knollen
2.2.4. Activiteiten
Eerst was het een feest voor iedereen, waarbij men in processie liep. Later werd het een kinderfeest. De boeren maakten het land klaar voor de winter. De rijke oogst lag in de schuren. De kinderen togen met "bedelzakjes" langs de deuren en kregen dan noten, vruchten en fruit mee.
Binnen de Vrije School wordt Sint Maarten meestal gevierd door met de kleuters en eersteklassers in de vroege avond een rondgang te maken. Iedereen is dan voorzien van een uitgeholde wortel, biet of ander knolgewas, waarin een klein kaarsje brand. Tijdens de tocht krijgen de kinderen op bepaalde plekken een appel of peer en een noot mee, om ze te herinneren aan de legende en de goedheid van Sint Maarten.

Jonge wijn en kastanjes
Vanouds dronk men op Sint Maarten de jonge, amper uitgegiste, of, als het koud weer was geweest in oktober, nog zachtjes doorgistende wijn, met kastanjes die in de gloeiende as gepoft waren. Nog altijd is dat traditie in het Duitse wijngebied Rheinpfaltz. De piepjonge, nog troebele, zoet en prikkelend smakende witte wijn noemt men daar ‘Federwasser’, en die past bijzonder goed bij de stevige, zoete smaak van kastanjes.
Federwasser is hier niet te koop, maar u kunt op 11 november toch best kastanjes poffen: inkruisen en in een oude pan, waarin u gaatjes hebt geboord in de open haard laten poffen, of anders in de oven op het bakblik.
Eet ze met gesmolten boter en drink er een zoete of halfzoete wijn bij, bijvoorbeeld een Monbazillac of Bergerac of een spätlese Rijnwijn.

2.3. Advent

Terug naar boven

Op …. begint de advent. De advent is in te delen in de grote en de kleine advent. (Help: wat is het verschil/overeenkomst?)
2.3.1. Achtergrond en symboliek
De Germanen zagen deze tijd als een nieuw begin. Al 't oude werd opgeruimd, zelfs de vuren werden gedoofd en er werden nieuwe vuren aangelegd. Een nieuw begin. De strijd van Michaël is beëindigd.
De adventstijd begint op de 4de zondag voor Kerstmis. Het woord Advent komt uit het Latijn, van 'adventus', dat 'komst' betekent. Het is de komst van het licht op aarde, waaraan de adventstijd vooraf gaat. Advent; tijd van hoopvolle verwachting, stilte na de stormen van de herfst.
We zijn op weg naar de langste nacht. Steeds schaarser wordt het licht. In het meest noordelijke deel van Europa is het nu voortdurend nacht. De zon is er helemaal niet meer te zien (een belangrijke aanleiding voor het Sint Lucia-feest).
In donkere tijden word je als mens teruggeworpen op jezelf. Wanneer je niet meer wordt afgeleid door wat er zich buiten je afspeelt, moet je je wel met de binnenkant gaan bezighouden. Wanneer je niets meer kunt zien (duisternis) en horen (stilte) rest je niet veel meer dan voelen. Door dit alles onder ogen te zien, door er innerlijk licht op te laten schijnen, kan daar zich wat gaan ontwikkelen.
Advent, de stille tijd, waarin het groeiend kaarslicht symbolisch is voor het innerlijk licht dat het aarde-donker kan overwinnen. Met de geboorte van het Kerstkind is dat innerlijk licht op aarde gekomen, om te groeien in de mensen.
2.3.2. De seizoentafel
Een hele belangrijke periode in de herfst is natuurlijk de Adventstijd. Op elke adventszondag kunnen er dingen uit één van de natuurrijken worden verzameld (gebruik een mooie nachtblauwe lap als achtergrond).
Op de eerste advent begin je met het mineralenrijk door mooie stenen of kristallen op de Seizoenstafel te plaatsen. Maak alvast een plaats voor het stalletje door op die plaats op de tafel de stenen te leggen.
De tweede advent is voor het plantenrijk; verzamel en plaats stukjes mos, een klein (dennen)boompje, verschillende planten of gedroogde bloemen.
Op de derde advent is er aandacht voor het dierenrijk; het landschap komt tot leven doordat de verschillende dieren (van hout, vilt of wol) er hun plaats zullen vinden.
Rond de tweede advent verschijnen ook Jozef, Maria en het ezeltje op het toneel. Via de schoorsteen, vensterbanken en kasten trekken zij door de kamer op weg naar de stal die op de seizoenstafel staat. Iedere dag of avond worden ze een klein beetje verplaatst. Vooral voor peuters en kleuters helpt het om zo de tijd tot kerst in te schatten.
2.3.3. Activiteiten
Op veel Vrije Scholen is het gebruikelijk om voor de kinderen een Adventstuin te maken. Dennegroen ligt in de vorm van een spiraal en binnenin brandt het licht (in de vorm van een grote kaars) waaraan elk kind zijn kaarsje (een kaarsje van bijenwas, gestoken in een mandarijntje) mag aansteken.
Zo maakt ieder de beweging naar binnen en vindt daar het licht.

Het licht binnenin

2.4. Wichtelmannetje

Terug naar boven

Wanneer en over welke periode wordt het wichtelmannetje gevierd?

2.5. Sint Nicolaas

Terug naar boven

Hoewel Sint Nicolaas op 6 december jarig is wordt zijn feest op 5 december gevierd. Dit feest is het derde feest dat - samen met Sint Michaël en Sint Maarten –voor de kinderen bijdraagt aan de voorbereiding op het kerstfeest.
2.5.1. Achtergrond en symboliek

Omdat Sint Nicolaas in de tijd komt dat de eerste Adventskaars wordt aangestoken, en de verwachting van de komst van het kerstkind begint, kan hij ook gezien worden als wegbereider voor het Christuskind en beheerder van de hemelse kindervreugde.
Sint Nicolaas kan ook beleefd worden als de beschermer van de jonge, creatieve mogelijkheden van het kind in onszelf. Piet is zijn metgezel.

Het kind in onszelf
Het gaat erom het kind in onszelf te vinden, de heelheid van het kind. Het kind in ons, is ons hogere Zelf. Het is de 2e mens in ons. Sint Nicolaas heeft die heelheid bereikt, met Piet, daarom is hij een goed Heiligman, een helend mens voor zijn omgeving en wordt hij overal samen met het kind afgebeeld, want: De twee één maken is heel maken.
Buiten gelijk maken aan binnen is héél maken, boven gelijk aan onder en omgekeerd is heel maken. Het vrouwelijke en het mannelijke tot één en hetzelfde maken is heel maken.
De twee één maken
Sint Nicolaas leert ons de levenskunst. De kunst van het heel maken. Is dat niet de missie van de kunst? De kunst van leven is: hemel en aarde verbinden. Het geschenkje dat door de schoorsteen in de schoen terechtkomt is daar een beeld van. De twee: Sint en Piet zijn ook één.
Het buiten gelijk maken aan het binnen
Door het bewust leren omgaan met surprises en oerbeelden. Een surprise is een uiterlijk geschenkje met een geheime betekenis of oerbeeld er binnen in verborgen, voorbeeld: een suikerhart als uiterlijk beeld van innerlijke liefde en kracht.
Een surprise kan ook zijn: een oerbeeld met als surprise een geschenkje erin. Uiterlijk en innerlijk vormen dan een eenheid. Zo kunnen we dan ook in de rondgestrooide pepernoten, het zaad herkennen dat Wodan (in de oude Germaanse tijd) over de velden strooide.
Het gelijk maken van het bovenste aan het onderste
De ideeën voor een ander krijgen we via onze hersenen (boven). Om deze ideeën uit te kunnen voeren hebben we via onze wil de handen en voeten nodig (onder). Omgekeerd is het noodzakelijk dat wát we doen (onder) ook begrijpen (boven). Boven en onder vormen dan een eenheid.
Wat wil het zeggen om het vrouwelijk en het mannelijke in één individualiteit tot één en hetzelfde te maken?
De mannelijke kwaliteit in ons, is onze activiteit van het ons naar buiten richten, het geven, het spreken, de beweging. De vrouwelijke kwaliteit in ons is het vermogen om te ontvangen, het omvatten, het luisteren en de innerlijke rust.
Brengen we deze kwaliteiten in evenwicht dan hebben we het mannelijk en het vrouwelijke tot één en hetzelfde gemaakt, tot een eenheid.
Met dit bewustzijn kunnen we het Sinterklaasfeest als levenskunst ervaren. We maken het eerste schoencadeautje als verrassing van het lot, we maken transparanten omdat we de uiterlijke (materiële) geschenken doorzichtig willen maken zodat we het idee wat erin ligt verscholen kunnen herkennen en voor de ander verlossen. We maken beweegbare tekeningen omdat we feestvieren vanuit het gezichtspunt van de geest, en geest is beweging!
In een gesprek beleven we het omgaan met het woord en de ontmoeting met de ander. Vanuit het woord is alles vanaf den beginnen ontstaan en geschapen, en we scheppen opnieuw door onze gedichten.
Het Sint Nicolaasfeest is een creatief feest, dat we in vele differentiaties vorm kunnen geven, waardoor we bouwen aan het paradijs op aarde, voor onze kinderen. Waar kinderen zijn, daar is het gouden Tijdperk, aldus Novalis.

2.6. Sint Lucia

Terug naar boven

De dag van Sint Lucia is 13 december. Zij wordt vooral in Zweden vereerd.
Ook wij beleven onze donkere dagen. Sint Lucia is een voorproefje van het grote Lichtfeest.
2.6.1. Achtergrond en symboliek
Lucia is geboren rond het jaar 285 in een belangrijke familie in Syracuse op Sicilië. Dit is de tijd dat de christenen worden vervolgt om hun geloof. Haar vader verliest zij reeds op jeugdige leeftijd. Als zij de huwbare leeftijd heeft wil haar moeder haar uithuwelijken aan een jonge heiden. Dit geheel tegen de wil van de gelovige Lucia. In een gebed tot god verzoekt Lucia om het huwelijk te voorkomen. God antwoord hierop door haar moeder te straffen met een ongeneeslijke ziekte. Daarna gaan de twee vrouwen op bedevaart naar het graf van de heilige Agatha. Bij het graf aangekomen verschijnt de heilige Agatha. Zij vraagt aan Lucia om haar leven in dienst te stellen van god. Lucia belooft haar leven in dienst te stellen van God, beloofd eeuwige kuisheid en wil dat niemand daarvan weet. Op het moment dat Lucia dat zegt is haar moeder genezen.
Lucia vraagt daarna aan haar moeder om de onvrijwillige verloving te verbreken. Haar moeder zegt dat toe. Ook wil Lucia dat het geld van de bruidschat onder de armen wordt verdeelt. De familie van de heidense jongeling zijn zeer kwaad. De familie klaagt Lucia aan bij de rechter. De aanklacht luidt dat zij christen zou zijn.
Tijdens de rechtszaak zwijgt Lucia. Wat de rechters ook proberen zij blijft zwijgen. Om haar tot spreken te dwingen wordt besloten haar naar een bordeel te brengen zodat de bevolking plezier aan haar kan beleven. Ze wordt naar buiten gebracht en op een ossenwagen gezet, die daar klaar staat. Wat de voerman ook probeert de ossenwagen komt niet in beweging. De ossen worden vervangen door duizend soldaten maar nog komt de wagen niet in beweging. Dit wonder roept zoveel woede op dat Lucia vele verschrikkelijke martelingen moet ondergaan. Uiteindelijk sterft zij géén marteldood maar krijgt zij, om haar standvastigheid, een milde dood. Ze sterft, rond het jaar 304, door het zwaard.
Ook wordt verteld over Lucia dat ze voordat ze sterft haar verloofde haar ogen aanbiedt: het Licht.
Dit laatste is een van de voornaamste redenen dat de Zweden haar vereren. In de duisternis komt Sint Lucia met haar lichtkroon, en schenkt iedereen haar liefde-gaven. Boven de 60e breedtegraad heb je dagen zonder nacht en nachten zonder dag.
2.6.2. Activiteiten
Het is een feest om vooral in de huiselijke kring te vieren. In zweden is het de gewoonte dat het jongste meisje in huis, in een wit jurkje met een kaarsenkroon op, de huisgenoten wekt. Zij brengt hen dan een warme drank en het speciale Sint Lucia brood (saffraanbrood), terwijl ze het Lucia-lied zingt.

3. Winter

Terug naar boven

De winter begint op 21 december, de datum waarop meestal ook de kortste nacht valt. Vanaf nu gaan de dagen weer lengen.
3.0.1. Seizoenstafel
In de winter komen vooral de koele kleuren op de seizoenstafel. Voorbeelden zijn: zacht groen en zacht blauw. Op de tafel worden stenen en kristallen geplaatst. Ook een vaas met takken van groenblijvende bomen en struiken, in plaats van bloemen.
Na de advent wordt de tafel ingericht als Wintertafel. Nu worden er winterse taferelen gemaakt als: Koning Winter, Olle op ski's, winterdieren, ijs en een Iglo. Met watten wordt sneeuw gemaakt en een spiegel beeld heel goed een bevroren vijver uit. Stukken natuursteen, bijvoorbeeld Speksteen, lijken op ijsbergen en ijsschotsen.
Aan het einde van de winter kan Vrouwtje Dooi worden gebruikt als overgang naar de lente.

3.1. Kerstmis

Terug naar boven

Op 25 en 26 december wordt het kerstfeest gevierd. Vaak begint het feest al op 24 december met de ‘Kerstnacht’. Het kerstfeest is het laatst lichtfeest. (is dit zo??)
3.1.1. Achtergrond en symboliek
Met kerst wordt de geboorte van het kindje Jezus gevierd.
Volksgebruiken
In de tijd van de Germanen werd midden in de winter als het feest van de Zonnewende gevierd. De kortste dag was voorbij en de dagen werden nu steeds langer.
Kerststal en kerstbomen
Uit de bijbel is niet direct te herleiden dat Jezus in een stal is geboren. Dat kribbe in onze taal voerbak voor dieren betekent is waarschijnlijk de reden dat Jozef, Maria en Jezus in een stal zijn geplaatst. Het is echter ook mogelijk dat door het vertalen van vertalingen van de bijbel een vertaalfoutje is ontstaan. In herbergen - waar Jozef en Maria onderdak kregen - bakte men vroeger zelf brood. Dat brood werd na het bakken uit de oven gehaald, in doeken gewikkeld en in een broodbak gelegd. Wellicht dus dat onze kribbe eigenlijk een broodbak moet zijn.
De kerstboom die met kerst wordt geplaatst komt niet in de bijbel voor maar is direct afgeleid uit het feest van de zonnewende. Ook de glimmende (kerst-)ballen behoren tot dat feest. De ballen waren bedoelt om de geesten te vangen en af te schrikken.
3.2.2. Seizoenstafel
In deze tijd komen vooral de koele kleuren op de seizoenstafel. Voorbeelden zijn: zacht groen en zacht blauw. Op de tafel worden stenen en kristallen geplaatst. Ook een vaas met takken van groenblijvende bomen en struiken, in plaats van bloemen. Met kerst kan ook de veel verkrijgbare (kleine) kerstster bij de stal worden geplaatst.
Josef, Maria en het ezeltje bereiken langzaam het stalletje. Rond de tweede advent zijn zij al met hun tocht door de kamer naar het stalletje begonnen. Op 24 december bereiken zij het stalletje. Op kerstavond, als het kerstkindje in de kribbe is verschenen, is de kerststal compleet.

3.2. Oud en nieuw

Terug naar boven

Het feest van Oud en nieuw bestaat eigenlijk uit twee onderdelen, namelijk het afscheid nemen van het oude jaar, op 31 december en het verwelkomen van het nieuwe jaar, op 1 januari.
3.2.1. Activiteiten
Loodgieten
Carbid schieten
Het erf kuisen
Vuurwerk

3.3. Driekoningen

Terug naar boven

De epifanietijd, ook driekoningentijd genaamd, begint op 6 januari. Tot deze tijd behoren vier zondagen en vier weken.
3.3.1. Achtergrond en symboliek
De zesde januari bezat vroeger in de christenheid een grote betekenis, die ver uitsteeg boven die van ons huidige kerstfeest. Volgens de Bijbel kwamen de drie wijzen (later koningen) pas op 6 januari met hun geschenken aan bij de stal in Bethlehem.
Balthazar gaf Jezus mirre, een parfum waarmee doden werden ingewreven, om aan te geven dat Jezus zou lijden en sterven. Van Melchior kreeg Hij goud, ten teken dat Hij de Koning der Koningen zou zijn. Kaspar bracht wierook mee, ten teken dat Jezus zou worden geëerd.
Dertig jaar later voltrok Johannes de Doper op 6 januari de Jordaandoop aan Jezus van Nazareth. Johannes werd bij deze doop de getuige van de eigenlijke geboorte van Christus. Want 'de hemelen openden zich en hij schouwde de Godesgeest die nederdaalde als een duif en over hem kwam.' En de stem uit de hemel die Johannes op dit verheven moment kon horen, sprak: 'Deze is mijn geliefde Zoon, in wie ik mij openbaar.'
Dit moment wordt in een belangrijke passage uit het Lukasevangelie als volgt omschreven:'Ik heb u heden verwekt.' Met de doop in de Jordaan, de geboorte van Christus op aarde in het lichaam van Jezus van Nazareth, beginnen de drie jaren op aarde van de Zoon Gods.
3.3.2. Seizoentafel
Het bij kinderen zo geliefde stalletje kan in de driekoningentijd nog een tijdje blijven staan, maar dan moeten er wel een paar wijzigingen worden aangebracht. Je kunt de herders langzaam laten verdwijnen, die gaan hun schapen weer hoeden. Maria wordt meer in majesteit weergegeven met een gouden band om het hoofd en het kind in de armen.
De koningen zijn nu op bezoek in de stal: Bathasar is de oudste, Melchior is de middelste heeft een rode mantel en Kaspar is de donkere koning met een groene mantel. Als de drie koningen zijn geweest moeten Jozef en Maria vluchten naar Egypte.
De ster kan blijven hangen tot 2 februari, Maria Lichtmis.
Of je kiest ervoor om langzamerhand de stal op te ruimen en de koningen nog even te laten staan.
3.3.3. Activiteiten
Feest en gebak
In de Middeleeuwen duurde het feest soms acht dagen. In sommige landen (waaronder Spanje) wordt Driekoningen nog steeds uitbundig gevierd.
Ieder kind wil graag een koning zijn. Op Driekoningendag bepaalt het lot je koningschap. Een taart, brood, cake of koek kan dit uitgekozen worden in zich dragen. Je kunt drie bonen in het baksel verstoppen: twee witte en bruine. Dat is om de mensen eraan te herinneren dat twee van de koningen wit waren en één bruin. Het kind dat de bruine boon krijgt, mag die dag koning zijn en is de baas over iedereen.

3.4. Maria lichtmis

Terug naar boven

Maria lichtmis wordt op 2 februari gevierd, 40 dagen na het kerstfeest. Het is het laatste lichtfeest gevierd. Het is het feest van het steeds sterker wordende daglicht.
3.4.1. Achtergrond en symboliek
Maria Lichtmis wordt 40 dagen ná Kerstmis gevierd. De periode tussen 25 december en 6 januari ook wel 'kleine kersttijd' genoemd en de periode van twee maal 40 dagen 'grote kersttijd'.
Moeder Aarde houdt in de midwintertijd haar adem in, om in de stilste concentratie de Christusgeboorte opnieuw te volbrengen, waardoor de natuur, tegen de zwaartekracht in, in haar opstanding omhooggestuwd kan worden in de zonnewarmte. Door de eeuwen (en culturen) heen hebben de mensen dit proces in een vrouwengestalte vereerd.
Het grondgedachte achter dit feest is het opdragen aan de schepping van het nieuwe licht door Moeder Aarde. Zelf gereinigd, doorlicht, is zij het beeld voor ons bezielde lichaam als drager van lichtende geesteskrachten, die wij de wereld willen schenken. Het gaat om ónze aarde, die ons voedt, die ons het leven schenkt, die ons behoedt en ons het levenspad geeft.
3.4.2. Seizoentafel
Op de Seizoenstafel kan Moeder Aarde met haar wortel- en bloemenkinderen de gang buiten nog eens zichtbaar maken. Een Moeder Aarde-figuur, uitgewerkt met sleutelbos en bril, of misschien wel heel figuratief door haar samen te stellen uit een mengeling van (gewikkelde) sprookjeswol.
3.4.3. Activiteiten
Op school
De restjes kaars van de afgelopen tijd zijn goed bewaard. In halve walnootdoppen maken we nu een klein kaarsje vast met behulp van een paar druppels kaarsvet of bijenwas.
Of we smelten kleurige restjes kaars in een blikje, gieten de dop vol en zetten er na even stollen een klein lontje in. De notendopjes laten we drijven in een schaal met water in de ochtendschemering van Maria lichtmis.

3.5. Valentijn

Terug naar boven

Valentijn wordt gevierd op 14 februari. Valentijn wordt niet gevierd binnen de vrije school. Het is echter een dag waar mensen steeds vaker aandacht aan besteden. Reden voor ons om toch iets over de achtergrond van Valentijn op te nemen.
3.5.1. Achtergrond en symboliek
De Romeinse keizer Claudius II was van mening dat mannen, als zij waren getrouwd, slechte soldaten waren. Het gaf alleen maar afleiding en ze werden er te voorzichtig door. Reden voor de keizer om alle jonge mannen te verbieden om te trouwen. Het verbod werd, onder andere door een priester met de naam Valentijn, ontdoken. Volgens de legende van Valentijn werd hij betrapt en in het gevang geworpen. In de gevangenis wordt hij verliefd op de dochter van een gevangenisbewaarder. Hij schrijft haar een brief en ondertekend het met de woorden: “Van jouw Valentijn”. Enkele dagen later wordt hij, op 14 februari terechtgesteld.
Onduidelijk is of de legende op waarheid berust. De woorden “Van jouw Valentijn” worden nu nog gebruikt op de kaarten die worden verzonden. De woorden duiden nu de geheime of onbekende geliefde aan.
3.5.2. Activiteiten
In de media en door de detailhandel wordt veel aandacht aan dit feest besteed. Net als aan andere bekende feesten. Op deze dag worden veel kaarten en cadeautjes verzonden aan geliefden. Maar ook steeds meer aan bekenden. De oorsprong van de Valentijnsgedachte, namelijk het sturen van een kaart of brief aan een geheime geliefde verdwijnt hiermee - helaas - meer en meer naar de achtergrond.

3.6. Carnaval

Terug naar boven

Carnaval wordt gevierd op 7 weken voor Pasen.
3.6.1. Achtergrond en symboliek
Het is onbekend hoe oud het carnavalsfeest is. Wel weten we dat het in de middeleeuwen al uitbundig werd gevierd. Voor het begin van de vastenperiode werden de bloemetjes nog eens flink buiten gezet Het hoogtepunt van carnaval is de woensdag. Dit is de dag waarop de veertigdagentijd begint – de tijd tot Pasen.
Volgens sommige bronnen komt het woord carnaval van het Latijnse Carne Vale. Dit betekent Vaarwel Vlees. Andere bronnen geven aan dat het van het Carrus Navalis komt. Dit betekent Scheepswagen. De eerste betekenis verwijst naar de komende vaste periode de andere naar de omgekeerde wereld.
Door de eeuwen heen is de kleur blauw een veel gebruikte kleur met carnaval. Blauw staat voor het bedrieglijke, het onechte.

3.6.2. Activiteiten
Een activiteit met carnaval is de rommelpotterij. Hierbij gaan de kinderen langs de deuren en zingen daarbij bedelliedjes. Terwijl ze dit doen bespelen ze de rommelpot. Een rommelpot is een pot waarover een varkensblaas is gespannen. Door de varkensblaas is een rietje gestoken dat, als het op en neer wordt bewogen een mysterieus brommend geluid maakt. In Oost-Nederland wordt de rommelpot Foekepot genoemd.

4. Lente

Terug naar boven

De lente begint op 21 maart. Meestal bloeien de krokussen volop rondom deze datum.
4.0.1. Seizoenstafel
Hoewel in het vroege voorjaar de natuur nog is rust lijkt is er onder het aardoppervlak al veel in beweging! Het eerste teken van al deze activiteit is voor ons pas zichtbaar wanneer de krokussen en narcissen voorzichtig aan de oppervlakte komen.
Om dit tot uitdrukking te laten komen op de Seizoenstafel kun je Moeder Aarde en een aantal wortelkindjes maken, op een donkerbruine ondergrond (de aarde).
Hiermee beeld je het verhaal uit waarin Moeder Aarde in de lente de wortelkindertjes wekt en ze aanspoort aan het werk te gaan, er moeten immers nieuwe kleertjes worden gemaakt (voor de overgang van wortelkindje naar bloemenkindje).
Wanneer de lente eenmaal echt op gang is gekomen kan dit kracht worden bijgezet door een Lentefee (gemaakt van zijde, om haar vluchtige/etherisch karakter weer te geven)ten tonele te laten komen. De kleuren veranderen, van het roestbruine naar de frisse groene en gele tinten, en natuurlijk de bloesemkleur bij uitstek: rozerood. Gebruik ook eens een aantal mooie bloesemtakken bij de Seizoenstafel, in afwisseling op de paastakken.

4.1. Palmpasen

Terug naar boven

Eén week voor Pasen wordt palmpasen gevierd.
4.1.1. Achtergrond en symboliek
Het Bijbelse verhaal van Jezus vertelt dat hij In Jeruzalem het joodse paasfeest wil gaan vieren. Als hij bij Jeruzalem aankomt vormen omstanders een haag en zwaaien hem toe met palmtakken. Deze intocht van Jeruzalem wordt herdacht met palmpasen door een optocht van kinderen met hun versierde palmpasenstokken. Aan de stokken hangen vlaggetjes, eieren, appels, gedroogd fruit en slingers. Bovenop de stok zit een haantje van brood. Vroeger werden de stokken weggeven aan arme of zieke kinderen.

Palmpasenstokken optocht
De Katholieken nemen op palmzondag gewijde buxustakjes van de kerk mee naar huis. Het takje van het vorige jaar wordt op palmzondag in de kachel verbrand. Het nieuwe takje wordt achter een kruisbeeld of wijwaterbakje gestoken en beschermt het huis en zijn bewoners weer een jaar lang tegen onweer en blikseminslag.
4.1.2. Liedjes, versjes en spreuken
Voor de kinderen zijn er veel liedjes en versjes. De liedjes handelen over het palmpaasfeest of blikken juist vooruit naar het komende paasfeest.

4.2. Stille week

Terug naar boven

Vanaf Palmpasen tot en met paaszaterdag ??? Controleren

4.3. Goede Vrijdag

Terug naar boven

De vrijdag voor Pasen wordt goede vrijdag gevierd.
4.3.1. Achtergrond en symboliek
Op goede vrijdag wordt herdacht dat Jezus deze dag aan het kruis is gestorven.

4.4. Paaszaterdag

Terug naar boven

De zaterdag voor Pasen wordt Paaszaterdag, Stille Zaterdag of Heilige Zaterdag genoemd. Voor de christenen is het een stille herdenkingsdag. Het is een dag van herdenking van de dood.

4.5. Pasen

Terug naar boven

Eerste paasdag valt altijd op zondag en tweede paasdag dus altijd op maandag. Op welke zondag Pasen valt, hangt af van de maan. Eerste paasdag valt op de eerste zondag na de eerste volle maan na 21 maart. Pasen valt daarom altijd tussen 22 maart en 25 april. De paastijd duurt vijftig dagen: van Pasen tot Pinksteren.
4.5.1. Achtergrond en symboliek
Pasen is van oorsprong, onder andere een joodsfeest. De joden herdenken dan de Exodus. De uittocht van de Joden uit Egypte, onder leiding van Mozes. De Germanen vierde rond deze tijd een lentefeest.
De christenen vieren met Pasen de overwinning op de machten van de dood en de zonden. De verrijzenis – opstandig uit de dood – van Jezus.
Het paasverhaal
Als Jezus op Palmzondag Jeruzalem binnentrekt wordt hij onthaald door een grote menigte. Hij bezoekt zieke en zwakke mensen en geneest hen. Veel mensen volgen hem en luisteren naar hem. De joodse priesters zijn bang en willen hem uitleveren aan Pilatus. Hij is de gouverneur van de Romeinen, die dan het joodse land bezetten. Jezus wordt verraden door Judas en in de tuin van Getsemane opgepakt door de Romeinen. Uiteindelijk wordt hij veroordeelt en op goede vrijdag gekruisigd. Als Jezus is gestorven wordt hij in doeken gewikkeld en in een grof gelegd. Het graf wordt met een grote steen afgesloten. Op de derde dag na zijn dood ontdekken de volgelingen van Jezus dat hij niet meer in het graf ligt. Engelen vertellen dat hij is opgestaan uit de dood. Hij blijft nog veertig dagen bij zijn volgelingen. NA deze veertig dagen vaart hij ten hemel – Hemelvaart.
Volksgebruiken – het ei.
Ook Pasen kent een overblijfsel van de Germaanse cultuur, namelijk het eten van eieren. Zij zagen het ei als het zinnebeeld van het nieuwe leven in de natuur en daardoor het symbool voor vruchtbaarheid van het nieuwe gewas en het vee. Het verstoppen van de eieren gaat terug op een oud gebruik: vroeger begroef men eieren in de akkers, om op die manier de grond vruchtbaar te maken.
De vroege christenen zagen in de ovale vorm van het ei het symbool van het witte gepleisterde graf. Uit het graf rijst het nieuwe leven van Christus. In oude kerken en kathedralen zijn plafondschilderingen te zien met een eivormige graf. Met Pasen begint in dat graf het nieuwe leven.
Volksgebruiken – het paasvuur.
In het Noorden en Oosten van Nederland worden met Pasen van oudsher vuren gestookt, de zogenaamde paasvuren. Het gebied waarin Paasvuren worden gebrand bevindt zich niet alleen in Nederland maar ook in een groot deel van Duitsland en Denemarken. Vrije scholen besteden geen specifieke aandacht aan het paasvuur.
Het paasvuur kent zijn oorsprong in het verlangen naar (de terugkeer van de) zon en vruchtbaarheid. Het lichtschijnsel, de vonken en de rook hebben – volgens de overlevering - een goede uitwerking op de velden. Ook werd – in de Katholieke streken van Nederland – een zwartgeblakerd takje door misdienaars rond gebracht. Een zogeheten ‘poasholtje’. De overlevering wil dat de bezitter van het ‘poasholtje’ beschermd is tegen: ongeluk, ziekte van het vee en ziekte van de gewassen.
4.5.2. Activiteiten
In de week van Pasen wordt ook het paasspel opgevoerd. In het paasspel wordt het Paasverhaal uitgebeeld.
Het Paasverhaal is ook op muziek gezet. Een bekend voorbeeld is de Matthëuspassion van J.S. Bach.

4.6. Hemelvaart

Terug naar boven

De veertigste dag na Pasen wordt Hemelvaart gevierd.
4.6.1. Achtergrond en symboliek
Op deze dag wordt de hemelvaart van Jezus gevierd.
Het verhaal
Veertig dagen nadat hij is opgestaan uit de dood roept Jezus zijn volgelingen bij elkaar. Hij vertelt hen dat zijn werk op aarde is gebeurt en dat hij vertrekt naar de hemel. Kort daarop stijgt hij ten hemel. Als hij uit het zicht is verdwenen weten zijn volgelingen niet wat ze nu moeten. Dan verschijnen er engelen en zij vertellen dat voor verdriet géén plaats is want Jezus is nu weggegaan maar zal op dezelfde manier weer terugkomen op aarde aan het einde van de tijd. Ook zeiden ze dat de volgelingen moesten doen wat Jezus hen had opgedragen, vlak voor zijn vertrek. Hij had hen namelijk gezegd dat ze moesten wachten op de komst van de Heilige geest.
De Heilige geest komt tijdens het Pinksterfeest.

4.7. Pinksteren

Terug naar boven

Acht dagen na Hemelvaart en vijftig dagen na Pasen wordt het Pinksterfeest gevierd.

Meiboomdans
4.7.1. Achtergrond en symboliek
Pinksteren is het feest van de heilige Geest. Jezus beloofde dat hij zijn volgelingen niet alleen zou laten. Op Pinksteren daalt de heilige Geest neer over de apostelen, als helper en trooster.
Pinksteren komt van het Griekse Pentecost: de vijftigste dag na Pasen..
Het Pinksterfeest werd ook bij de Germaanse volkeren gevierd. Het was een feest dat met de bloei en ontwikkeling van de natuur verbonden was.
In de loop der tijd zijn de elementen uit de Pinksterfeestvieringen samengevoegd. Het is een feest van licht, lucht en kleur geworden, van vogels en van bloemen.
Eerste Pinksterdag was vroeger de dag dat het mooiste meisje van het dorp, de Pinksterbloem, met bloemen en linten werd versierd. Deze Pinksterbloem werd – onder begeleiding van haar leeftijdgenootjes - langs de deuren geleid om zoveel snoep in te zamelen.
4.7.2. Seizoentafel
Rood is de kleur van het vuur van de heilige Geest.
4.7.3. Activiteiten
Ook in vele kleuterklassen wordt de Pinksterbruiloft gevierd.
4.7.4. Liedjes, versjes en spreuken
Liedje en Kringspel:
De kinderen vormen een kring. Zij houden elkaar niet vast en zingen: Hier is onze fiere Pinksterblom. In het midden van de kring loopt een kind. Het draagt op het hoofd een bloemenkrans en houdt een belletje in de hand.
Bij de woorden: “met zijn groene kransen op het hoofd“ laat het kind in het midden de bloemenkrans zien.
Bij de woorden “en met zijn klinkende bellen“ rinkelt het kind in het midden met de bel.
Bij de woorden “recht is recht “ klappen de kinderen in de kring in hun handen.
Bij de woorden “krom is krom” buigen de kinderen in de kring voorover.
Bij de laatste regel van het lied staat het kind in het midden van de kring stil voor een ander kind. Dit kind krijgt nu de bloemenkrans en de bel. Daarna kan het spel opnieuw beginnen.

5. Zomer

Terug naar boven

Op 21 juni begint de zomer
5.0.1. Seizoenstafel
In de zomer, wanneer de bloesem en het stuifmeel tot aan de hemel lijken te reiken en de boomknoppen uitgelopen zijn is het vaak zo dat er wat minder aandacht is voor de Seizoenstafel, immers: juist in dit jaargetijde speelt een groot deel van het (gezins)leven zich buiten af.
Een vaas met een aantal mooie takken en bloemen is vaak genoeg, eventueel aangevuld met een tafereeltje zoals op de foto hiernaast: een bijenkorf met bijen.
Andere voorwerpen/taferelen die je kunt gebruiken zijn: schelpen (eventueel met een beetje zand om een strandtafereel te maken), zaadvormende bloemen en allerlei zomeroogst.

5.1. Sint Jan

Terug naar boven

Op 24 juni wordt Sint Jan gevierd. De Midzomernacht - de nacht van 23 op 24 juni – is geweest. De zon staat nu nog hoog aan de hemel maar zal snel steeds lager gaan staan. Sint Jan is een keerpunt in het jaar.
5.1.1. Achtergrond en symboliek
Johannes de Doper - Sint Jan - werd 6 maanden voor Jezus geboren, namelijk op 24 juni. Johannes maande de mensen om tot inkeer te komen en hun houding te veranderen omdat de komst van Christus nabij was.
Hij doopte de mensen door onderdompeling in het water van de Jordaan. Verwijzend naar de komst van Christus sprak hij: " Hij moet groeien, ik moet afnemen."
Hij sprak tot de mensen zo een wending in menselijke gedachten en in de tijdsgeest te bewerkstellingen. “Komt tot inkeer”, sprak hij. Je kunt niet altijd blijven groeien, bloeien en zorgeloos genieten. Er komt een tijd dat de krachten omgekeerd moeten worden, naar binnen gericht, teruggehouden moeten worden. Wees niet te snel in je oordeel, laat de warmte je hoofd niet verhitten. Verlies jezelf niet.
Volksgebruiken – Sint Janskroon
Sint Jansdag was vroeger een algemeen erkende feestdag. De avond voor Sint Jan werden “Sint Jansplanten” gerooid, onder andere: Artemisa, Bijvoet, Calcarie, IJserkruid, Ridderspoor, Sint Janskruid, en Verbene. Van deze planten werd een Sint Janskroon gevlochten. De kroon werd boven de huisdeur gehangen, als tover- en liefdesmiddelen.
Vooral aan het Sint Janskruid - Jaag de duivel kruid - werden bijzondere krachten toegeschreven. Het kruid zou boze geesten verdrijven, beschermen tegen branden en kwalen.
Als het kruid voor zonsopgang werd geplukt beschermde het tegen de bliksem die het rieten dak - van boerderijen - in brand kan zetten.
Als je een takje van het Sint Janskruid in je schoen legt kun je de volgende dag de dierentaal spreken.
Volksgebruiken - Sint Jansvuur
Het Sint Jansvuur is een gebruik dat terug gaat tot de tijd van de Germanen. Van snoeihout en Sint Jansloten maakte zij brandstapels. Struiken, bomen en bloemen lopen rond juni weer uit. De loten die zo ontstaan zijn de ‘Sint Jansloten’. Om een brandstapel aan te steken was het vuur uit de haard van een huis niet rein genoeg. Door takken tegen elkaar te wrijven of door het slaan met vuurstenen werd het Sint Jansvuur ontstoken. Het vuur werkte reinigend en boze geesten werden verjaagd. Als je door de vlammen van het vuur sprong werd je gesterkt om het komende jaar ongeluk en ziekten te overwinnen.

Gesterkt door de vuursprong

Wanneer in het vuur ook Sint Jansloten brandde, op het moment dat je erover sprong was je beschermd tegen buikpijn. Was het vuur eenmaal gedoofd dan nam een ieder enkele stukken houtskool mee naar huis zodat het huis beschermd was tegen brand.
Volksgebruiken – andere gebruiken
Sint Jan is voor velen een markant punt in het jaar. Enkele voorbeelden zijn:
· Het snijden van een wichelroede mag alleen gebeuren in de Sint Jansnacht.
· Schippers mogen niet uitvaren.
· Nog steeds geldt dat na Sint Jan géén asperge meer worden gestoken als ze op traditionele wijze in de vollegrond groeit.
· Ook mag na Sint Jan géén rabarber meer geplukt wordt. Rabarber geplukt na Sint Jan smaakt bitter.


6. De spelen

Terug naar boven

6.1. Sint Joris spel

Terug naar boven

Globaal de inhoud c.q. de verhaallijn en de betekenis en relatie tot de ontwikkeling van het kind en de plaats in het onderwijs.

6.2. Sint Maarten spel

Terug naar boven

Globaal de inhoud c.q. de verhaallijn en de betekenis en relatie tot de ontwikkeling van het kind en de plaats in het onderwijs.

6.3. Paradijsspel

Terug naar boven

Globaal de inhoud c.q. de verhaallijn en de betekenis en relatie tot de ontwikkeling van het kind en de plaats in het onderwijs.
Het Paradijsspel is het eerste van het drieluik, is het verhaal van Adam en Eva.
Adam verschijnt als eerste mens, God schept uit een rib Eva. De verleiding door de Duivel. Het eten van de boom van goed en kwaad. De triomferende Duivel. Een toornige God. De verdrijving uit het paradijs door de Engel.
Er zijn verhalen bekend uit het middenoosten met verwante thema's, ook stammend uit het stroomgebied van Eufraat en Tigris. Tegenwoordig Irak!
Rollen:
Boompjesdrager - Godvader- Adam - Eva - Duivel - Engel

6.4. Kerstspel

Terug naar boven

Globaal de inhoud c.q. de verhaallijn en de betekenis en relatie tot de ontwikkeling van het kind en de plaats in het onderwijs.
Het Kerstspel bestaat eigenlijk uit 2 delen;
Het Geboortespel
Het Herdersspel
Wij voeren het als een eenheid op; - Het Kerstspel -
De Kompany komt zingend op en 'de Sterrenzanger', de leider van de Kompany, begroet alles en iedereen, probeert ondertussen de Kompany in toom te houden.
Het verhaal volgt verder het evangelie van Lucas;
De annunciatie, de boodschap van de engel aan Maria. Vanwege een volkstelling: de reis naar Bethlehem van de zorgzame Jozef en de hoogzwangere Maria. Het vergeefs zoeken naar een goed onderkomen. Uiteindelijk de stal bij de os en met de ezel. De geboorte, de kribbe. En dan de Herders, die op een mysterieuze wijze te weten komen dat er een bijzondere geboorte heeft plaats gevonden. Zij zijn eenvoudige mensen die leven vanuit het hart en gaan er op uit om dat kind te vinden. De aanbidding waarin grote verwondering en ontroering spreekt. De blijdschap gevolgd door het juichend zingen van de Kompany.
Ook in dit spel wordt veel gezongen door de Kompany tijdens meerdere ommegangen en ook in verschillende scŤnes zijn prachtige liederen te horen. Aan humor ontbreekt het ook niet.
Rollen:
Sterrenzanger - Engel Gabriel - Jozef - Maria - 3 Waarden - de Herders; Stiechel, Gallus en Witok - De oude Chrispijn - Pianobegeleiding

Het Kerstspel

6.5. Driekoningenspel

Terug naar boven

Globaal de inhoud c.q. de verhaallijn en de betekenis en relatie tot de ontwikkeling van het kind en de plaats in het onderwijs.
Het derde spel uit het drieluik is het Driekoningenspel. De geschiedenis van het bezoek van de koningen aan Herodes. Hun zoektocht naar, en aanbidding van het Christuskind.De waanzin waar Herodes aan ten onder gaat, na eerst opdracht te hebben gegeven voor de kindermoord. Het spel beeldt het drama uit waar de mensheid in alle tijden mee te maken heeft. Er worden, net als in de andere twee spelen, oerbeelden zichtbaar en beleefbaar gemaakt. In dit spel zijn tegenstellingen te herkennen zoals goed en kwaad, onbaatzuchtigheid en zelfzucht. Tijdens het spel bevindt zich de 'zwarte' kant van de Kompany op de ene helft van het speelvlak terwijl de 'witte' kant[ het goede, het zuivere, het innerlijke ] aan de andere zijde is. De tegenpolen spiegelen zich. We zien o.a. de willoze volgeling, de letterknecht, de dienstbare en de innerlijke wijze. Uiteindelijk zal het zelfstandig zoekende op de toekomst gerichte denken het belangrijkst blijken.
Spelduur 80 minuten, 17 rollen, pianobegeleiding -half januari.